Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

OP HET EERSTE GEZICHT.

 

Met ons, senioren is niets aan de hand,

Wij zijn nog uitstekend van lijf en verstand.

Al hebben we spijkers in heupen en knieën

En krijgen wij last van te veel calorieën

En zenuwen, reuma, van spierpijn en jicht,

Wij zijn nog fantastisch, op het eerste gezicht.

 

Het lopen op steunzolen valt echt wel mee,

En met ons gebit zijn wij allen tevree.

Wij willen nog veel; dat willen we weten,

Maar wat we nu willen, dat zijn we vergeten.

Al groeien we krom, naar de aarde gericht,

We zijn nog fantastisch, op het eerste gezicht.

 

De jeugdige liefde was mooi en apart.

Nu dragen we pacemakers onder ons hart.

Wij denken met weemoed aan vroegere jaren,

De tijd, dat we vurige minnaars waren.

Nu voelen we scheuten in ieder gewricht.

We zijn nog fantastisch, op het eerste gezicht.

 

Wij ouderen worden wat langzaam en traag

En slikken pillen voor darmen en maag.

Wij kruipen ’s avonds doodmoe in ons bedje

En nemen voor het slapen een zenuwtabletje.

Al valt voor bejaarden het leven niet licht,

We zijn nog fantastisch, op het eerste gezicht.

 

De adem wordt korter, de kelen te droog.

De pols is te snel en de bloeddruk te hoog.

De jaren gaan tellen, wij willen niet zeuren,

Ondanks de rampen die met ons gebeuren.

Wij hebben te veel of te weinig gewicht.

Wij zijn nog fantastisch, op het eerste gezicht.

 

Al geven de zintuigen kommer en kwel,

Met bril en gehoorapparaat lukt het nog wel.

Al brengt soms de ouderdom kleine verdrietjes,

Spontaan zingen we steeds nog onze liedjes

En hopen, dat u zegt na dit laatste gedicht:

 

Wij blijven fantastisch, op het eerste gezicht